033-4807427 ca.vanlaar@wxs.nl

Acupunctuur beter tegen knieartrose dan chirurgie

Acupunctuur kan pijn bij knieartrose zo goed bestrijden, dat een operatie niet nodig is. Van alle vijftigplussers heeft ongeveer 17 procent knieartrose. De meest gebruikte remedie is een knieoperatie, al wordt deze alleen aangeboden als de pijn voortdurend aanwezig is en het lopen bijna onmogelijk is.

Negentig patiënten, samen gemiddeld 71 jaar, werden behandeld met acupunctuur. Bij al deze mensen was de artrose zo hevig dat een operatie aangewezen was. In plaats daarvan kregen ze een maand lang wekelijks acupunctuur, en daarna eens in de zes weken. Van deze groep mensen hadden er 31 na twee jaar nog steeds regelmatige acupunctuursessies.

In alle gevallen rapporteerden de patiënten een drastische reductie van de pijn en stijfheid en verbeterde de mobiliteit. De vooruitgang was zo groot dat geen van hen een operatie nodig had. Na een operatie heeft een op de zeven patiënten na twee jaar weer ernstige pijn. Een overzichtsonderzoek in september vorig jaar toonde aan dat de werking van acupunctuur tegen chronische pijn niets met placebo-effect te maken heeft. Volgens de onderzoekers, van het gerenommeerde Sloan-Kettering Cancer Centre in New York, zou de behandeling moeten worden opgenomen in de keuzemogelijkheden die patiënten krijgen voor hun pijnbestrijding. Zij zijn overtuigd van de effectiviteit van acupunctuur vanwege het grote aantal bewijzen uit wetenschappelijk onderzoek. Ze verzamelden 29 verschillende gerondomiseerde geblindeerde klinische onderzoeken, met in totaal 17.922 patienten die ofwel acupunctuur ofwel “nep-acupunctuur” kregen. Bij dat laatste worden de naalden niet goed ingebracht, of op “verkeerde” plaatsen op het lichaam. De patiënten die echte acupunctuur kregen, melden een veel grotere reductie van hun pijn, dan degenen die de nepbehandeling kregen. Daaruit blijkt dat de therapie zelf en niet het placebo-effect de pijn vermindert.

Bronnen: Acupunc Med. 2012 30: 170-175

doi: 10 10.1136/acumed-2012-010151

Arch Intern Med, 2012: 172: 1444- 1453; doi: 10.100/archintemmed. 2012.3654